Het wordt tijd voor meer L.E.F.

Hoe houden we de boel bij elkaar? Een vraag die nu, een maand na Charlie Hebdo, leeft. Het is een interessante vraag. Wie of wat wordt er bedoeld met ‘de boel’? Is dat een samenleving waar men zij aan zij staat en respectvol elk debat aangaat, hoe lastig deze ook kan zijn?

Leven wij namelijk al in een omgeving waar de yup in het koffiehuis van zijn Turkse buurman zit te kletsen over de nieuwtjes in hùn Jan Evertsentraat? Waar Oussama uit Nieuw West zich thuis voelt op een gymnasium in Oud Zuid zonder daar de uitzondering te zijn? Waar ik tijdens een borrel op de Zuid As opmerkingen hoor zoals: “goh, wat nuttig en tof werk doe jij.” Waar Amsterdam Zuidoost bekend staat om diens bijzondere theater en het grote aandeel sociaal ondernemerschap. Eén waar mijn nieuwe buurman met een plat Amsterdams accent juist wordt aangenomen vanwege zijn directheid en woordgrapjes. Waar men die de discussie aangaat over zwarte Piet, het anti- Polen meldpunt en de Vluchtgarage worden gezien als moedig en sterk? Waar mijn Surinaamse collega trots door de stad op zijn nieuwe Johnny Loco fiets kan toeren zonder zich ervoor te hoeven verantwoorden. Waar mijn studenten bij musea extra korting ontvangen en vragen vanuit interesse gesteld worden? Een samenleving waar diversiteit in de media, kunst, wetenschap en politiek vanzelfsprekend is. Waar mijn studenten kunnen dromen van een carrière binnen een van deze sectoren en zich dagelijks aan rolmodellen kunnen optrekken.

Verbonden zijn of niet, wat mij opvalt bij het stellen van deze vraagstukken is de benaderwijze.  Voorbeeld: bij binnenkomst in de vrouwensportschool in Bos en Lommer zag ik de manager met een frons naar haar PC kijken en zei: “Laura, wat vind je hiervan? Een onbekende politica van het stadsdeel zendt mij, zonder enig voorwoord of aanleiding een e-mail, waar mij enkel de vraag wordt gesteld, hoe het nu is op onze sportschool. Spreken mensen nog met elkaar, voelt het nog ok? Zo begin je het gesprek toch niet?!”

Momenteel is er vanuit de politiek meer druk op de vmbo en mbo scholen om zich actiever inzetten om homohaat en antisemitisme onder leerlingen te bestrijden. Echter, deze politici zien, benoemen en erkennen niet altijd de pijnlijke waarheid waar deze jongeren zelf dagelijks aan blootstaan: islamofobie, discriminatie en racisme. En juist dat is wat ik veel hoor: “ we voelen ons niet gehoord en/of serieus genomen en ze schermen met hun vrijheid van meningsuiting. Maar waar is de ruimte voor onze vragen, kritische kanttekeningen en vrijheid dan?”

Ik geloof dat je een samenleving samen maakt. En voor mij begint dat in de klas. Dagelijks luister ik naar wat de studenten te zeggen hebben en leer ze hun mening te verkondigen. Ik zie het als een cadeau om jonge mensen in hun persoonlijke groei in deze diverse samenleving te ondersteunen. Wij leven in een maatschappij waar we mogen zijn wie we willen en kunnen zijn. Laten we elkaar dan ook die ruimte geven zonder elkaar te veroordelen. Vorige week stond een manager van een wereldconcern enthousiast een voorlichting te geven aan schoolverlaters. Hij was enthousiast omdat hij heeft ingezien dat “die drop-out jongeren”, met hun eigen wijsheid, vol energie zitten. In aansluiting op zijn presentatie vertelde één van de deelnemers uit dat werk-leer traject dat hij eindelijk een werkplek heeft gevonden die verder keek dan zijn afkomst, tattoos, in hem gelooft en laat groeien. Dat is nog eens verbinding. Een dierbare vriendin zei laatst tegen me: “L.E.F. is dè sleutel in deze samenleving: luisteren, empathie en flexibiliteit.” Graag hou ik de boel bij elkaar maar daarvoor hebben we meer L.E.F. nodig!

 

“Juf, wat is dit nou weer voor elite chocomelk?! Warme melk met losse chocolade?! Zal ik roeren met mijn pink omhoog?! ;-)”

chocomelk

“Juf, als mensen een beroep doen op mijn solidariteit, wat bedoelen ze dan? Mijn eerste reactie was; ik beroep mij op mijn zwijgplicht ;-)”

Vrijheid voor ieder?

Terwijl ik ’s morgens mijn tanden sta te poetsen en naar het ochtendnieuws kijk denk ik aan het uitje wat later die dag op de planning staat. Ik ga met mijn studenten naar de synagoge. Door mijn woonkamer klinken de woorden; moslim, veiligheid, terroristen, extra beveiliging voor vele gebouwen o.a. synagogen en demonstraties. Ik loop naar school met allerlei gedachtes; over wat deze dag zal brengen, hoe mijn studenten & collega’s reageren op dit nieuws en hoe het zal gaan in de synagoge. Het is niet de eerste keer dat ik naar deze synagoge ga en ik weet dat we daar standaard gesprekken hebben over de diverse religies (en hun (voor)oordelen) en gebeurtenissen in de wereld. Het zijn altijd bijzondere bezoeken maar vandaag voelt het anders..

In stormachtig weer komen we aan bij het grote hek van de synagoge, het gebouw is al jaren goed beveiligd en de studenten zijn even onder de indruk van het hek en de dubbele schuifdeuren om binnen te komen. Na een film en korte introductie komen we in een kring bij elkaar en wordt er een mindmap rondom het woord; “Jodendom” gemaakt. Een mooi kringgesprek begint waarin de studenten en de gastheer & -vrouw druk vragen en antwoorden. Maar niet veel later worden ook de gebeurtenissen in Parijs besproken. Iedereen laat duidelijk weten dat dit niet kan, “maar” zegt één van de studenten, “ik weet dat er rare mensen rondlopen die deze cartoons als grove belediging  zien. Wat ik deels ook snap want sommige vond ik ook ver gaan. Waarom moet satire zo ver gaan; waarom moet men elkaar zo beledigen?”
We krijgen een gesprek over de glijdende schaal waar je je dan kunt begeven als je zegt; “ik begrijp ook wel dat sommige mensen hierom “flippen”.. Het wordt een gesprek waar gesproken wordt over vrijheid van meningsuiting, met alle voorbeelden van dien. Grote vraag is; telt de vrijheid van meningsuiting voor iedereen? Maar ook; waarom wordt er gesproken over moslims en niet terroristen? Waarom worden de Joden nooit boos als hun naam weer rond gaat als Ajax speelt. De sfeer is wat gespannen en na enige tijd rond ik het gesprek af want we komen niet echt verder, alles is al gezegd en velen zijn in gedachte gezonken. De studenten vinden dat sommige uitingen/ cartoons echt te ver gaan en dat er geen vrijheid van meningsuiting voor ieder is. De gastheer en –vrouw van de synagoge vinden dat je niet kunt zeggen dat je het soort van begrijpt. De glijdende schaal waarop je je dan begeeft is een lastige..

Terwijl ik met mijn studenten terug naar de metro loop krijgt het gesprek een vervolg;
“Juf, vind u dat iedereen gelijke rechten heeft in Nederland? Hoe komt het dat nu iedereen op de Dam wilt staan i.v.m. vrijheid van meningsuiting maar wanneer dhr. Wilders een Polenmeldpunt, sticker verspreid en “minder, minder” scandeert je niemand op de Dam ziet. Waar was de vrijheid van meningsuiting van Jerry Afriyie toen hij in Gouda vredig met een anti zwarte piet t-shirt stond en de politie met veel geweld op hem los ging? Hoe komt het dat vele Nederlanders zeggen tegen asielzoekers (en andere “niet-Nederlanders”) dat ze niet zo veel mogen klagen; “anders gaan ze toch lekker terug naar eigen land”. Zelfs de VN zegt dat Nederland beter om moet gaan met de mensen van het Vluchtgebouw (en anderen illegalen) en toch laat dat vele landgenoten koud. Waarom zagen wij vanmorgen niets op het nieuws over de moskeeën die nu ook worden aangevallen in Frankrijk? Vrouwen mogen in Frankrijk überhaupt daar in overheidsgebouwen geen hoofddoek dragen. Is dat allemaal vrijheid? Wat maakt dat wanneer een getinte/ homoseksuele/ islamitisch persoon iets doet hun “hele achterban” zich moet verantwoorden en als een blanke extreemrechtse man op een eiland in Noorwegen heel veel kinderen vermoord is dat een enkeling die psychisch niet ok is. Niemand vroeg daarna aan middelbare, extreemrechtse & blanke mannen verantwoording. Waarom moeten wij oprotten naar eigen land als we het er niet mee eens zijn? Dit is toch een democratie, daar moet iedereen met diverse meningen toch naast elkaar kunnen wonen en discussiëren.”
Ik vraag hen wat ze zouden willen; “een echt en open gesprek juf, daar vanavond op de Dam. Eén waarin iedereen eerlijk naar zichzelf kijkt en samenwerkt. Nu wordt onze mening te vaak aan de kant geschoven en dat maakt juist dat er meer onrust groeit en creëert. Mensen mogen anders denken en zijn maar wees dan wel eerlijk als je spreekt over gelijkheid en vrijheid en meet niet met 2 maten. En dit is natuurlijk heel heftig nieuws maar mijn buurmeisje uit Syrië vertelt elke dag wat voor heftigheid daar gebeurd of in Palestina of Nigeria.. Over die landen horen we al een poos weinig, de media kiest voor ons gewoon waarover we praten en denken..”
Allen luisteren en denken we na totdat één van de studenten even diep zucht en zegt; “juf; het is allemaal niet tof maar ik ben blij dat we op school wel kunnen praten, het komt wel goed, gewoon hard werken en veel praten met elkaar zoals u altijd zegt. Samenleven is niet makkelijk en het is goed als iedereen meer nadenkt over zijn/ haar eigen keuzes en gedachtes. Dat snappen en doen we allemaal. ”
Wanneer ik later in de krant de kop; #jesuischarlie zie ga ik bij mijzelf na. Ben ik ook Charlie? Ik ben heel erg voor vrijheid van meningsuiting maar ik ben geen Charlie. Ik ben niet van de zeer beledigende satire, aan wie dan ook, ook al zijn ze om lastige onderwerpen te bespreken of om de discussie aan te gaan. Ik ben van het gesprek (met alle emoties erbij), luisteren, horen en wat mijn studenten zeiden snap ik ook zeer zeker. #jesuislaura #jesuisdocent en dat is elke een mooi leerzaam cadeau.

Plots aan het einde van de les; “Juf, wij hebben zojuist ook even nagedacht over uw outfit voor de ouderavond; kunt u uw haar zo krullen zoals van de week en dan graag die ene zwarte jurk, dat matcht goed met onze style voor die avond en dan ogen we meer als één. Dank! Doei!”

Kerstkaart

“Juf, ik mail het u toch, ik vond die kerstkaartjes schrijven echt dom en kinderachtig. Maar eerlijk is eerlijk, de kinderen in de mijn klas hebben lieve dingen geschreven voor me en aan kaartjes sturen doen we thuis niet maar het is best leuk. Dank daarvoor, misschien kunnen we het ook voor de zomervakantie doen want dan is iedereen toch weer zijn goede voornemens vergeten. Maar dan kies ik de kaarten want deze waren te klein en die glitters zijn irritant, mijn hoodie zit nu onder”

Tijdens de uitleg over humanisten..”Huh juf maar hoe noemen ze dan die naakte mensen?”.. Dat zijn nudisten.. “Owwwja, nouja die zetten toch ook de (naakte) mens erg centraal.”

Zwarte Piet niet

“Juffff faya hoor, die look staat u goed”
“Juf, bent ù tegen?”
“Juf, hoe kunt u nou uw eigen cultuur afkeuren?”
“Juf, dank, respect.”

IMG_6089

Van droom naar realiteit..

Deze week geen lessen maar POP gesprekken. Persoonlijk Ontwikkelings Plan gesprekken. Met elke mentorstudent zit ik  +/- 45 minuten en heb het over hun schoolverloop, dromen en doelen. Met de één is het een kort en bondig gesprek; “alles gaat goed juf en ik ben lekker bij” en bij de ander ben je in 5 minuten al in een serieus gesprek verwikkeld. Alle onderwerpen komen aan bod; hun dromen, thuissituatie, talenten, motivatie, ergernissen en onrust. Je leert tijdens deze gesprekken de student (en opleiding ;-)) goed kennen en maakt echt een slag als mentor/ docent.

Terwijl ik me voorbereid op het gesprek met studente O. denk ik aan haar ontwikkeling. O is begonnen als stille en rustige studente, echter heeft ze de laatste tijd meer grapjes en praatjes en zie ik haar bijna stralen. Ik ben benieuwd naar ons gesprek… Lichtelijk zenuwachtig maar met een grote smile gaat O. voor me zitten. Ze begint door te vertellen over haar zenuwen, ze wil het zo graag goed op op school, zeker nu ze haar draai steeds meer vindt, maar vindt het oh-zo spannend.
O. komt van de verpleegkunde opleiding welke ze helaas niet heeft afgemaakt. Ze wilde zich enkel richten op werken met kinderen en niet ook verpleegkundige worden voor ouderen, volwassen en andere doelgroepen. Nu ze in het basisjaar zit van OA, PW en SCW ontdekt ze wat ze nog meer kan doen met kinderen en “hun beter maken”.
Wanneer ik haar vraag naar haar droom schuift ze een beetje op haar stoel en geeft aan dat ze graag in het ziekenhuis als (assistent) docent/ pedagogisch begeleider zou willen werken. Ze heeft alleen geen idee of dat kan en weet niet waar ze moet beginnen.

Dit is iets wat ik veelal terug zie bij mijn studenten. Velen kijken op naar de “grote, echte wereld” waar de drempel zo hoog lijkt en voelt. Een stap naar het HBO/ werkende leven is vaak net ietsje te ver en een kleine steun/ handuitreiking kan al zo veel voor deze studenten betekenen.

Ik vraag bij O. door naar haar droom en hoe meer ze erover verteld hoe meer ze begint te stralen. Mijn hersenen denken hard mee en mijn handen beginnen te jeuken om deze meid een stapje verder te brengen. Ik spoor haar aan om rond te vragen, ziekenhuizen binnen te lopen en onderzoek te doen. “Denkt u echt juf dat dat kan, dat ze naar mij zullen luisteren?!”..

Elke keer wanneer een student dit aan mij vraagt breekt mijn hart een beetje; hoe groot en stoer velen ook lijken, hun onzekerheid/ gebrek aan rolmodellen/ zoektocht naar dat extra zetje liegen er niet om.

Ik maak enkele afspraken met O. en rond het gesprek af. Nadat we klaar staan staat haar vriendin/ klasgenoot voor de deur en wanneer O. naar buiten loopt hoor ik haar vriendin haar direct vragen; “En? hoe ging het?” O. begint zachtjes en druk te vertellen terwijl ze op de gang plaats nemen op een bankje. Wanneer ik klaar ben met de volgende student lopen de meiden net weg, ze gaan naar de stad om nieuwe kleren en schoolspullen te kopen die bij hun nieuwe missie past; de serieuze student ;-)

Dinsdag dipje

Nu de studenten ruim 8 weken op school zitten herken ik steeds meer eventuele ritmes van ze..

Bij de een is de vrijdagochtend een lastige omdat zij op de donderdag tot laat werkt, de ander is op de woensdag om 5 uur onrustig omdat zij haar kind een uurtje later moet ophalen en de ander heeft vaak op de dinsdag een dipje..
Student C. is een beer van een vent maar heeft thuis een pittige zomer gehad. Toen hij vlak na de zomer in mijn klas zat was hij al vrij open over zijn rommelige zomer en wat dat met hem doet. Ik bewonder zijn openheid naar mij toe maar maak me de laatste tijd zorgen om zijn “dinsdagdipjes”. Dit zijn niet zomaar dipjes en ik vraag me af of er meer is…

Wanneer ik bij mijn collega’s vraag naar hun bevindingen herkennen zij dit niet en vinden hem zeker geen drugs persoon; hoogstens een blowtje hier en daar.. Maar dan is het weer dinsdag en C. is chagrijnig en stil, wanneer ik hem ernaar vraag is er niks aan de hand maar als ik goed kijk voelt het niet kloppend. De volgende dag kom ik een goede vriend van hem tegen; ik weet dat de jongens uit hetzelfde dorp komen, samen feesten en hij vraagt mij toevallig hoe het met C. gaat in de klas.. Ik besluit om eerlijk aan te geven dat ik me zorgen maak om zijn dipjes en vraag of hij deze herkent en of ik me zorgen moet maken? “Zijn het de feestjes of is er meer?”.. N. geeft aan dat het waarschijnlijk niets meer is dan de feestjes in de weekenden. Zijn woorden zijn kort en bondig maar zijn blik lijkt te zeggen; “ik kan niet alles zeggen maar je gevoel klopt”..

Nadat de school klaar sta ik even buiten en komt per toeval? C. naar mij toe, hij heeft een vraagje over zijn huiswerk. Na het beantwoorden hiervan vraag ik hem voor een blokje om en tijdens dit blokje vraag ik hem eerlijk over zijn dipjes en feestgedrag. Tegen mijn verwachting begint C. vrij gemakkelijk te vertellen over zijn feestjes en drugsgebruik. Pillen, soft drugs en alcohol staan in zijn weekend centraal. En niet 1 pil maar 6 pillen op 1 avond, dat verklaard wel zijn dinsdag dipjes. C. geeft aan hier mee graag te willen stoppen want hij merk dat de drugs ook op zijn humeur en woedeaanvallen werken, het wordt er even rustiger van in zijn hoofd maar niet voor lang. Samen met zijn ouders had hij een plan gemaakt hoe hij hieraan gaat werken al zal het geen lastige klus worden want diverse vrienden gebruiken ook en een pil kost niets meer, voor €3 heb je al “een lekkere pepper, een biertje is duurder Laura”.. Zucht.. Ik moet denken aan een onderzoek van de GGD wat voorlichting over harddrugs op het PO en brugklassen van het VO niet wil doen omdat voorlichting zou leiden tot meer gebruik. Maar nu die drugs zo goedkoop worden twijfel ik daar heftig aan, deze jongen is wel ouder dan een brugpieper maar ook hij heeft een jonger broertje bijvoorbeeld..

Wanneer we terug zijn bij school kijkt C. me goed aan en geeft aan zich opgelucht te voelen; hij wilde het al eerder zeggen maar durfde niet omdat hij niet wist hoe ik zou reageren dus extra fijn dat ik er zelf over begon. Nu moest hij naar huis; vriend N. stond al in de kroeg klaar voor het “weekend happy hour”.. De volgende dag ontvang ik op mijn schoolmail een foto van 2 grote boys, verkleed als kabouter, met een biertje in hun hand. C. & N. schrijven; “Laura thanks for being you! Tot maandag, fris en fruitig. :-)”