Rots & water

De eerste twee lesweken zitten erop. Deze weken zijn voor zowel de student als docent spannend. Beiden leren we elkaar kennen, testen en ontdekken we wie er voor ons zit & staat. Het zijn weken waar een studente mij verteld over haar pestverleden en aangeeft zich onzeker en beetje bang te voelen in de nieuwe klas. Weken waar een groep studenten ons voor de gek probeert te houden door te beweren dat ze hun buitenschoolse activiteit echt hebben gemaakt. Echter bij een strenge navraag blijkt dat ze toch lekker bij de Mac, om de hoek, hebben gegeten en online de antwoorden op de vragen hebben gevonden. Weken waar studenten te laat komen voor de les, boos worden op de gang omdat ze niet meer de les in mogen en direct leren dat school geen spel is. En ik leer deze weken ook, tijdens een bezoek aan de kinderboerderij, dat kippen & ganzen “vies kunnen kijken”. Om dit laatste moest ik zo hard lachen, dat de student in kwestie weer pissig naar mij keek en ik toch maar de kip een beetje aan de kant probeerde te lokken.

Maar het zijn ook weken waar je soms verrast wordt met het bezoek van een oud student…
Terwijl ik een les voorbereid zie ik in mijn ooghoek een grote lachende jonge man staan. Zowel ik als mijn collega’s zijn blij S. weer te zien. S. zat in 1 van mijn eerste mentorklassen en begon zijn studie met veel motivatie. Deze jongen wilde toen al een doel voor ogen en probeerde naast zijn studie zoveel mogelijk te doen om zichzelf zo breed mogelijk op te leiden. Dat betekende 3 verschillende stages, extra trainingen naast school en het laatste jaar stopte hij zelfs met zaalvoetbal (met pijn in zijn hart) omdat hij meer tijd nodig had voor zijn opleiding en stage. Woonachtig in Amsterdam Nieuw-West zag hij een hoop op straat en wilde met zijn ervaring verschil maken. Samen met zijn grote passie; sport, had hij het plan om voor kinderen die thuis de nodige steun & aandacht missen het nodige te creëren waar zij zic konden uiten en prettig konden voelen.

In de drie jaar dat hij op school zat heb ik hem zien groeien van een jonge-stoer-pratende-student naar een jonge man, met veel ondernemersdrang en die het zo goed op zijn laatste stage had gedaan dat zij hem een baan als Rots&Water trainer aan hadden geboden. S. kwam blijkbaar net van een dergelijke training, reed voorbij zijn oude school en had zin om ons te groeten. Hij miste het vertrouwde schooltje toch een beetje. Terwijl hij voor me stond bekeek ik hem eens goed; een goed geklede jonge man die met een zekere zekerheid en enthousiasme vertelde over de trainingen die hij nu geeft op de basisscholen. Hier doe je het voor als docent, dacht ik. S. vraagt hoe de nieuwe eerstejaars zijn en ik vertel een beetje hoe de eerste twee weken zijn verlopen, met een grijns zegt hij dat dat bij de eerstejaars hoort. “Dat testen zal niet erg lang duren juf, gewoon duidelijk & rechtvaardig blijven en goed opletten op dat onzekere meisje. Mochten het getest toch wel wat lang duren, koppel ze dan maar aan de derdejaars, dan leren ze gauw genoeg wat wel of niet kan, zo hebben wij het ook geleerd. Destijds vond ik dat niet zo leuk maar het hielp wel. Maar al zullen ze leren, u zult nooit meer zo’n klas krijgen zoals de onze, juf ;-)”

Ik lach, hij zat inderdaad in een bijzondere klas maar elk schooljaar heeft wel nieuwe ruwe diamanten die zich tijdens hun schoolcarrière ontpoppen tot stralende glimmers. Nadat S. met alle docenten even heeft bijgepraat laat hij zijn visitekaartje achter, pakt zijn autosleutels en zegt met een big smile; “goed ik ga weer, het werk roept, bellen jullie me als jullie ook een training willen van me?!” Ha, ja inderdaad, hoe tof zou het zijn als wij en de nieuwe studenten getraind worden door oud studenten die nu in het werkveld staan?! Ik kijk hoopvol naar mijn collega aan de overkant, met wie ik schrijf en denk over een nieuw Sociaal Cultureel Werk curriculum.. “Geen gek idee wat S. opperde toch?!”..